Subscribe Now

* You will receive the latest news and updates on your favorite celebrities!

Trending News

By using our website, you agree to the use of our cookies.
Girl Power: Sofie Goos “Als het tussen de oren niet goed zit, is het fysiek nog zwaarder”
Extra

Girl Power: Sofie Goos “Als het tussen de oren niet goed zit, is het fysiek nog zwaarder”

“Omgaan met tegenslag blijft ‘part of the game’, het hoort er allemaal bij. Triatlon is voor een groot deel mentaal…” Voor onze laatste Girl Power aflevering trok ik naar Antwerpen, naar een boegbeeld van de sport. Want uiteraard kon La Goos niet ontbreken! Toen ik met triatlon begon, vijf jaar geleden, was Sofie Goos mijn grote voorbeeld en ondertussen zijn we vrienden geworden. En euhm.. oh jawel hoor, ook zij is ergens begonnen! Haar oorspronkelijke doel was 10 jaar triatlon. Het zijn er 14 geworden. Lees even haar verhaal en vooral ook waar ze vandaag en in de toekomst haar dagen mee vult…

3athlon.be: Sofie, kan je ons eens vertellen waar jij geprikkeld werd om met triatlon te starten? Wie was jouw voorbeeld? Waar had jij je ‘dit wil ik ook doen’ gevoel?

Sofie: “Op mijn 21ste werkte ik als leidster voor de Sporta kampen en dit deed ik samen met Inge Van den Broeck. Inge deed triatlon en ik wou haar wel eens bezig zien. In 2004 deed zij Ironman Frankfurt mee. Ik was onderweg naar Slovenië en dat was op de weg. Ergens op een verlichtingspaal geklommen, had ik een perfect zicht op de finish line in Frankfurt. Wauw! Ok… de finish in Frankfurt is wel echt graaf, maar ik werd omvergeblazen door zoveel emoties. Blije gezichten maar ook teleurstelling… een echt kippenvel moment! Toen dacht ik bij mezelf ‘Dit wil ik ook doen’ en ik was vertrokken.”

Zalig, ik start zelf dit jaar in Frankfurt dus ik kijk er al helemaal naar uit! Ok, dus je moest materiaal kopen en schema’s laten maken of hoe ben jij van start gegaan?

“Ik kocht een fiets van 200 € via een vriendin. Zo’n stalen, zware Fausto Coppi. Ik reed naar de winkel voor een zwempak, een badmuts, een zwembrilletje, een paar loopschoenen en ik begon. Als ik maandag 50 minuten deed over een loopje moest dat dinsdag sneller en woensdag nog sneller. Dat was mijn maatstaf van ‘ik ben goed bezig’. Elke dag moest harder en rapper. Heel amateuristisch. Trainingsprikkels, interval, rustige duur… ik kende het niet, deed maar wat. In 2004 testte ik al eens in Viersel en dat was helemaal niet zo slecht, want ik stond op het podium.”

Jan Obbers zei aan zijn huidige vrouw: “Je mag me alles vragen, maar Sofie, dat is mijn hobby…”

“In 2005 maakte ik al direct de overstap naar het langere werk en ik schreef me in voor de Marc Herremans Classic in Zolder. Zwemmen deed ik in Wezenberg en zoals nog vele anderen geraakte ik daar aan de praat met medetriatleten. Na tien maanden was dit mijn stap richting Atriac, de Antwerpse triatlonclub Ik leerde er al snel Jan Obbers kennen en aan hem heb ik ontzettend veel te danken. Ik weet nog goed dat hij aan zijn huidige vrouw zei ‘Karen, je mag me alles vragen, maar Sofie dat is mijn hobby…’ Hij was niet alleen mijn trainingsmaatje, hij was ook mijn begeleider tijdens veel wedstrijdjes, hij kon alles zo juist inschatten, juist plaatsen, kende iedereen, gaf me bakken advies. Ik geloofde ook alleen maar hem en vandaag vraag ik hem nog steeds informatie want hij weet zo veel!”

Altijd leuk om zo iemand te hebben waar je alles aan kan vragen. Wie heeft jou dan wat structuur bijgebracht om verder te groeien naar jouw doelen?

“Mijn toenmalig lief Philip Segers gaf me in het begin de nodige structuur. In 2007 deed ik de Ironman Zürich mee. Jan Obbers regelde dat ik bij de profs kon starten, want dan kon je geld verdienen. Ongelofelijk goed ging die wedstrijd. Ik liep maar te zwaaien naar iedereen en vroeg zelfs geld aan Philip om wat kersen te kopen aan een fruitstandje dat ik zag onderweg. Ik werd er zesde in 9u49 en aan de finish riep ik ‘Nog van dat.’ Ik schreef me niet zo veel later in voor Challenge Almere. Ik werd daar derde, achter de twee plaatselijke Nederlandse heldinnen en gevestigde waarden Yvonne van Vlerken en Heleen bij de Vaate.”

“Je lief als coach was niet altijd evident want als we eens ruzie hadden, zei hij ‘trek uw plan’ hahaha…”

“Je lief als coach was niet altijd evident want als we eens ruzie hadden, zei hij ‘trek uw plan’ hahaha. Ik besloot dan eind 2007 met Bart Decru in zee te gaan en bij hem ben ik gebleven tot mijn stop verleden jaar. Ik heb weleens gedacht “ik ga een andere coach opzoeken”. Ik was benieuwd naar welke prikkels iemand anders aan me zou geven en welke resultaten dat zou opleveren. Maar ik heb de stap uiteindelijk nooit gezet omdat de samenwerking met Bart zoveel voordelen had: hij kent me als geen ander, wist me steeds net op tijd klaar te krijgen voor de wedstrijd, zette me als dat nodig was weer met 2 voeten op de grond en woont bij mij in de buurt. En bovendien zijn goeie coaches niet dik gezaaid, dus ik bleef gedurende heel mijn sportloopbaan bij Bart.”

In het buitenland hebben we jou eigenlijk nooit echt in de korte afstand gezien. Was dat bewust?

“Ik ben eigenlijk veel te laat beginnen zwemmen om daar echt goed in te zijn. Ik nam deel aan de Olympic Distance triatlon in Duinkerke in mei 2009. Er was al zoveel goeds op me afgekomen dat ik daar dacht dat het een fluitje van een cent zou worden. Ik zei zelfs tegen Jan Obbers dat als ik hier de laatste Belg zou worden, ik naar huis zou fietsen. Dat laatste had ik beter niet gezegd. Ik kwam er als laatste uit het water en het resultaat was bijgevolg heel slecht. Daar ben ik drie dagen echt zo slecht van geweest. Drie dagen stak ik in bed. Mentaal was dit 1 van mijn dieptepunten. Ik heb toen ook gezworen ‘Dit nooit meer!’. Er was toen al zo een groot verschil tussen Belgische en internationale wedstrijden en dat verschil is alleen maar groter geworden. Aan kwaliteit is het er alleszins niet op achteruit gegaan.”

“Ik stond op en zei ik ‘En nu win ik alles’ en dat jaar werd dan ook mijn beste jaar ooit. Ik won bijna alles, op Knokke na, daar werd ik tweede na Tine Deckers…”

“Na mijn ‘cocon’-dagen stond ik op en zei ik ‘En nu win ik alles’ en dat jaar werd dan ook mijn beste jaar ooit. Ik won bijna alles, op Knokke na, daar werd ik tweede na Tine Deckers. Omgaan met tegenslag blijft ‘part of the game’, het hoort er allemaal bij. Triatlon is voor een groot deel mentaal. Als het tussen de oren niet gaat, gaat het fysiek nog zwaarder zijn.”

Helemaal mee eens. Eind van dat fantastische jaar 2009 werd je gecontacteerd door Bart Verhaeghe en zo ontstond het Uplace triatlon team. Hoe was dat?

“Wel dat was het moment dat ik stopte met lesgeven en fulltime met triatlon begon. Kort gezegd een fantastische tijd! Het eerste jaar bij Uplace was het enkel Bruno Clerbout en ik. Het tweede jaar breidde het team uit tot zes Belgische atleten. Een jaar later kwam daar ook Bart Aernouts nog bij. Alles was groots, tof, fantastisch. De groep hing goed aan mekaar en we trainden elke week samen op Uplace. Dat waren eigenlijk de leukste jaren… Ook al werd de druk wel groter en groter, maar daar had ik in principe niet zoveel problemen mee.”

Tot Bart Decru me zei: “Er zijn er veel die je plaats in willen nemen, dus je zegt maar of je er nog zin in hebt of niet…”. Op stage besefte ik dat ik er nog alles wilde uithalen wat er nog inzat…”

“Mijn eigen verwachtingspatroon haalde me wel eens onderuit, zoals na een onverwacht slechte race in 2015 in Los Cabos. Hierna stevende ik in rechte lijn af naar een tweede ‘dieptepunt’ in mijn carrière, een sportdepressie van een maand waar ik niet uit leek te geraken… Ik wilde en kon niets: niet eten, niet sporten, niet slapen… Tot Bart Decru me zei: “Er zijn er veel die je plaats in willen nemen, dus je zegt maar of je er nog zin in hebt of niet…”. We vertrokken op dat moment ook op jaarlijkse trainingsstage naar Mallorca, en daar besefte ik dat ik er nog alles wilde uithalen wat er nog inzat en ik zat weer op de rails.”

En zo was je weer vertrokken. Tot er dan, nog niet zo heel veel later, in 2016, dat vreselijke steekincident was. Je hebt best wel een moeilijke periode achter de rug. Hoe klom je daar dan weer uit?

“Het seizoen ging net beginnen dus ja dat was zeker schrikken. Een half jaar ben ik daar echt slecht van geweest. En in totaal heeft dat mij een jaar gekost van mijn carrière. In het ziekenhuis kreeg ik dan ook te horen dat mijn mama borstkanker had en dan was er het overlijden van de papa van Jef en dan besloot Uplace ook nog eens niet verder te gaan met mij. Dus ja dat was zwaar! Maar ik ben ontzettend dankbaar voor de tijd binnen het team, het heeft me zoveel kansen gegeven en zoveel mooie momenten die ik altijd zal koesteren.”

Sofie Goos viert haar laatste Belgische finish (foto: 3athlon.be/Mario Vanacker)

“Het verhaal tussen Uplace en mij was ook wel geschreven misschien, het was tijd om elk onze eigen weg op te gaan en onze eigen doelen na te streven. Doelen die misschien niet helemaal meer strookten met mekaar. Wat velen niet weten is dat Bart Verhaeghe en Uplace me daarna nog zijn blijven steunen als individueel triatlete! En hoe je het ook draait of keert, dat rampjaar heeft ook wel nieuwe deuren voor ons geopend. Veel bedrijven wilden gelukkig mee op de kar springen en geloofden in mij en een comeback.”

“Zo heb ik nog een mooi einde van mijn carrière gehad. Ik wilde niet stoppen na een steekincident. Nogmaals, omgaan met tegenslag hoort er helemaal bij…”

“Ook Jef en ik kwamen er als koppel sterker uit. Het is misschien een cliché maar als je zoveel tijd steekt in deze sport en je kan dat delen met je partner dan is dit echt zo waardevol. Elk nadeel heeft zeker zijn voordeel. Om rust op te zoeken en terug te focussen op mijn trainingen besloten Jef en ik naar Calpe te verhuizen voor anderhalf jaar. Terug naar waar het allemaal begon. Jef ging bij Vuelta Turistica werken (de fietswinkel van Inge Van den Broeck en Jurgen Van Goolen) als gids en ik kon trainen in goede weersomstandigheden ver weg van alle drukte. Zo heb ik nog een mooi einde van mijn carrière gehad. Ik wilde niet stoppen na een steekincident. Nogmaals, omgaan met tegenslag hoort er helemaal bij.”

Je huidige bezigheden blijven wel in de triatlon hangen. Sinds september 2018 hebben jullie een eigen zaak: Amici Di Bici. Hoe bevalt dat?

“Dat was Jef zijn droom. Een fietswinkel. Het was ook een beetje een uitloper van mijn partners gedurende mijn triatlonjaren. Willier en Castelli zochten een verdeelpunt in Antwerpen en dat kwam dus allemaal goed uit. De winkel draait zeer goed en we hebben veel plezier dus we mogen niet klagen.”

Ik herinner me nog verleden jaar, deze tijd, dat ik je vroeg of je niet zou gaan coachen. Je antwoord was formeel: ‘oh, neen hoor’. Wat bracht je op andere gedachten?

“Ik was nooit van plan om mensen te gaan coachen, hoewel het vrij evident zou zijn vermits ik leerkracht Lichamelijke Opvoeding ben van opleiding en ik toch 14 jaar heel intens ben bezig geweest met de sport. Toch ging ik ervan uit dat ik nooit deze stap zou zetten. Tot het einde van mijn carrière dichterbij kwam. Ik merkte dat heel veel mensen me om raad vroegen via allerlei kanalen en ik toch vrij veel tijd nam om al deze mensen juiste en bruikbare informatie te geven.”

“Het besef kwam dat het jammer zou zijn om niets te doen met mijn ervaring en dat verloren laten gaan, wilde ik niet…”

“Het besef kwam dat het jammer zou zijn om niets te doen met mijn ervaring en dat verloren laten gaan, wilde ik niet. Dus heb ik besloten om toch de sprong te wagen met als resultaat dat ik zes amateur wielrenners begeleid en vier triatleten. Heel fijn om deze mensen op weg te helpen en een antwoord te kunnen bieden op hun vragen en twijfels. Om alles zo optimaal mogelijk te doen, volg ik nu de cursus trainer B en ook hier is mijn mentor Bart Decru. Ik besef dat ikzelf ook nog veel te leren heb om wetenschappelijk onderbouwd genoeg te zijn. Je bent nooit te oud om te leren!”