De Belgische triatleet Dries Matthys werd 17de in het EK Ironman Frankfurt na een goeie wedstrijd waarin hij lang uitzicht had op een top-15 plaats in deze sterkbezette Ironman Pro Series triatlon en op weg leek naar een eerste sub-8 triatlon. Dat laatste zat er uiteindelijk net niet in, maar met 8u03 deed Dries het uitstekend. Wij spraken hem uitgebreid na zijn derde full distance uit zijn nog prille carriere. Dries heeft het over de moeilijke omstandigheden en de sterke concurrentie. “Voor mij was het doel eigenlijk om onder de 8 uur te gaan en mee te zijn in de race. Die sub-8 uur is er helaas net niet uitgekomen,” aldus Dries Matthys die onder de indruk was van het sterrenveld met op kop Kristian Blummenfelt.

“Net als veel anderen gekraakt in het lopen in de hitte”

“Ik vond het wel cool dat de race zo stacked was met zowat iedereen buiten Sam Laidlow en de opkomende mannen zoals Jelle en Marten,” vertelt Dries. “Voor mij was het doel eigenlijk om onder de 8 uur te gaan en mee te zijn in de race. Die sub-8 uur is er helaas net niet uitgekomen. Vorig jaar gingen er veel mannen onder de 8 uur. Het was keislecht weer en dan vlieg je tijdens het lopen. Nu was het 32 graden, het lopen was helemaal in de volle zon. Ik ben, net als veel anderen, serieus gekraakt. Dus ja, soms moeten de omstandigheden ookj gewoon meezitten.”

“Het zwemmen was ook niet super snel, vond ik. Voor mij was het doel oml in het front pack te zitten bij het zwemmen, of als het in twee delen zou gesplitst worden, was het ook oké om in het tweede deel te zitten. Dat was uiteindelijk ook het geval. Dus eigenlijk gebeurde dat drie plekken voor me. Hogenhaug was nog wel mee, en Rudy Von Berg liet het gat vallen met Blummenfelt erachter, en dan ik. Nou ja, eerst nog Lange, en daarna ik. Maar ik zag het gebeuren, en ik vond het eigenlijk niet zo erg. Ik had het wat te laat door en ik had het denk ik niet toe kunnen zwemmen. Maar het ging niet zo snel in het zwemmen, en we hebben wel wat tijd verloren. We zaten allemaal wel wat op ons gemak, alleen Von Berg zwom het grootste deel van de tijd op kop. Het was wel cool om met die mannen op de fiets te springen. Na een mindere wissel stond ik daar met Blummenfelt en Iden. Von Berg zat wat achter Lange en nog twee anderen.”

“Heel impressionant hoe Blummenfelt fietst”

“Blummenfelt heeft dat gat snel dichtgereden. Het is wel heel impressionant hoe die fietst. Met de race ranger zie je heel goed wie er krap rijdt, eigenlijk rijdt bijna niemand in het rood. Ik vind het extreem impressionant dat er niet gedraft wordt, wat dat zalig is eigenlijk. Maar Patrick Lange rijdt altijd in het blauw, hij probeert supergoed kort te rijden. Blauw is tussen de 12 en 14 meter. Blummenfelt, die geeft er niks om. Hij rijdt altijd buiten de lichten. Als er een gat is, rijdt hij dat toe. Hij is echt impressionant op de fiets. Hij neemt z’n verantwoordelijkheid. Toch wel impressionant om te zien. Ook als Ditlev passeert bergaf, da’s ook wel oh la la,” lacht Dries.

“Maar ja, ik zat met die mannen in de groep op kilometer 60. Dan is het in twee gesplitst omdat Lange voor mij gelost was. En ik had ook zoiets, ja, ik zat wel wat boven mijn wattages te duwen. Dus ik vond het eigenlijk niet zo heel erg. Dus ik heb dat gat gewoon mee laten vallen en toen reed ik samen met Lange en nog twee anderen tot kilometer 130. Toen heb ik zelf besloten om te lossen, omdat het net iets te hard ging en ik wist dat ik dan niet ging kunnen lopen als ik ging blijven volgen. Uiteindelijk verloor ik niet zoveel tijd, al heb ik op het einde alleen gefietst. Maar ja, ik had wel het gevoel dat ik in de race had gezeten, dat ik er een beetje uit was gevallen, want alle goeien zaten voor mij. In het ideale scenario, als ik een beetje sterker ben, dan kan ik misschien nog bij hen zitten in T2 en daarna nog een deftige marathon lopen.”

“Goed gegeten, goed gedronken, alles koel gehouden, maar het mocht niet baten”

“Ik had gedacht 2u48 te lopen, dan heb ik twee rondjen ook zo gelopen, maar dan, met dat het zo warm was, ik had goed gegeten, goed gedronken, alles koel gehouden, maar het mocht toch niet zijn. En dat was echt afzien. De finish was voor de meesten van ons afzien, denk ik. Ik ben overall wel blij, maar er is altijd wel iets. Je kijkt naar die 8u03 en je weet dat je eigenlijk veel sneller zou moeten kunnen lopen op papier. Dus dat doet wel een beetje pijn dat het er niet in zit. En toen zat ik eigenlijk zeven minuten van de slots af. Drie plekken voor mij is het laatste slot dat wordt verdeeld. Er waren vijf slots, maar er waren er al elf of twaalf die er al één hadden. Dus je moest veertiende zijn, ik ben zeventiende. Ik weet niet echt hoe ik het beter had kunnen doen. Misschien had ik me beter kunnen voorbereiden. Maar op de dag zelf kon ik eigenlijk niks beter doen met de benen die ik had. Dus daar ben ik wel tevreden mee.”

“En verder was het wel cool om te racen op zo’n big stage. Nu ben ik er al aan gewend. Ik heb al heel wat geracet tegen de grote jongens in mijn leven. In mijn allereerste internationale race was trouwens Gustav Iden eerste en Alex Yee tweede en ik werd 32ste in de Junior Cup in Holten. maar het was wel cool om de hype rond Patrick Lange te zien. Hij is een indrukwekkende atleet, een vriendelijke man, maar ook echt een killer tijdens de race, die echt wel weet wat hij kan. Ik weet niet of ik zou kunnen wat hij of een Kristian Blummenfelt doet, maar meedoen voor top-7 of een top-8, dat spookt nu wel door mijn hoofd,” aldus Dries Matthys.