Subscribe Now

* You will receive the latest news and updates on your favorite celebrities!

Trending News

By using our website, you agree to the use of our cookies.
Running with Power – theorie en praktijk
Extra

Running with Power – theorie en praktijk

In december hebben we een eerste reeks bevindingen over de Polar Vantage V gepost. Ondertussen zijn er een hele reeks updates de revue gepasseerd, onderandere de langverwachte gps-navigatie, maar daar gaan we later een hele post aan wijden. Twee maand en veel theoretische lectuur later zijn we langs gegaan bij Polar Belgium met de vraag: ‘hoe kan ik als atleet loopvermogen gebruiken om sneller te worden?’ of ‘hoe kan ik als coach loopvermogen gebruiken om mijn atleten sneller te maken?’.

De theorie

Zoals in bovenvermeld artikel spreken we in het geval van de Vantage V over een berekening van het loopvermogen in plaats van een meting. Hierbij wordt rekening gehouden met drie factoren: je gewicht (via Polar Flow), snelheid (via de gps van de Vantage V) en de hellingshoek (via de barometer van de Vantage V). Dit geeft eensklaps ook de reden waarom er geen ingebouwd loopvermogen mogelijk is op de Vantage M, deze heeft immers geen ingebouwde barometer. De Vantage M biedt wel de mogelijkheid om een externe vermogenssensor te koppelen.

Voor het lopen op een vlak parcours is vermogen eenvoudig uit te rekenen: Pf = c*m*v, met c een arbitraire 1kJ aan energie die per kg per km hardlopend verbruikt wordt, m de massa van de loper in kg en v zijn snelheid in m/s. Wanneer we op een helling gaan lopen komen er echter andere factoren in het spel. Niet enkel zal de gravitatieconstante een rol gaan spelen, maar ook de biomechanische eigenaardigheid dat bergop lopen meer soepel verloopt dan bergaf – denk maar aan die constante rembeweging die je waarschijnlijk al in spieren en gewrichten gevoeld hebt op een heuvelachtig parcours.

In plaats van de te verwachten Pc = (i/100)*m*g*v, met i de hellingshoek en g de gravitatieconstante 9,81m/s² wordt voor het loopvermogen op hellingen rekening gehouden met de factor van Minetti, zoals weergegeven in de tabel hieronder. Het loopvermogen in de Vantage V is op dezelfde manier opgebouwd: gewicht, snelheid en hellingsgraad, rekening houdend met Minetti.

Loopvermogen op helling met Minetti (bron: Harlopen met Power!)

De praktijk

Mooi om te weten hoe de data geproduceerd wordt, maar hoe kan je daar als atleet of als trainer nu mee aan de slag om de prestaties te verbeteren? Algemeen kunnen we stellen dat in de lagere HR zones, met name tot het omslagpunt, HR de belangrijkste metric zal zijn. Vanaf het omslagpunt bereikt is zal echter HR geen verschil meer maken. Om deze zone (5 bij Polar) nog verder onder te verdelen kan er op vermogen worden overgegaan. Het is bijgevolg niet correct te veronderstellen dat HR zone 1 gelijk zal lopen met vermogenszone 1, de twee zijn een aanvulling op elkaar, geen alternatief.

HR en vermogenszones (bron: Polar)

Dit wetende is het niet moeilijk te begrijpen dat het trainen met vermogenszones meer van toepassing zal zijn tijdens korte, intense intervalsessies. Zeker in de gevallen waar de inspanning te kort is om de HR in de gewenste zone te krijgen. Gezien het type training kunnen we stellen dat het trainen met vermogenszones dan ook meer werkbaar is voor atleten op de korte afstand.

Vermogenstraining voor de korte afstand

Net als het bepalen van vermogenszones voor de fiets bestaan er twee protocollen voor het lopen, de standaard lactaattest – op de piste, gezien gps nodig is – en de MAP test zoals beschreven door Polar. Vervolgens kan je zelf de zones bepalen, of de standaard zones van Polar gebruiken. Op deze manier kan je een pistetraining anders gaan benaderen dan puur op tijd/afstand zonder dat je met het probleem van een traag stijgende HR geconfronteerd wordt.

HR geraakt niet op de gewenste hoogte voor het blok afgerond is.

Dit voordeel draagt zich eveneens uit naar wedstrijden. Ongeacht het parcours zal het vermogen een meetbare belasting geven voor je inspanning. Dit impliceert dat, wanneer je op een piste wedstrijdtempo traint en daarvoor een zeker vermogen loopt, je op wedstrijd naar je vermogen kan kijken en in verhouding tot het terrein dezelfde, onderhoudbare, inspanning levert.

Vermogensracen voor de lange afstand

Voor atleten op de lange afstand is het iets delicater, vooral omdat ze minder tijd zullen doorbrengen in deze hoge HR zones. Het voordeel op wedstrijd dag is echter hetzelfde: de kwantificeerbaarheid van de inspanning op de fysieke wereld is onafhankelijk van het terrein.

Laten we dit laatste illustreren met een voorbeeld. Het is wel geen LD parcours, maar de theorie is werkbaar voor zowel SD als LD: Weiswampach. De laatste paar km van het fietsparcours is aflopend, ideaal om een beetje herstel in te bouwen en relatief fris aan het lopen te starten. Het lopen begint met een vlakke aanloopstrook en gaat vervolgens met een pittige helling de bossen in. Een wedstrijdtactiek die mogelijk wordt door het gebruik van loopvermogen is het uitvoeren van een start die gevoelsmatig te traag is, maar de inspanning constant te houden op de helling – allebei meetbaar via vermogen.

Het theoretische luik is mogelijk gemaakt door de inputs van Ron van Megen en Hans van Dijk, auteurs van ‘Hardlopen met Power!’ en ‘Het Geheim van Hardlopen’.